1946

1955

1975

1986

2016

Ik stel u voor: een geluksvogel. Geboren op 3 mei 1945 in het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag. Aan de bedjes van de daar in die dagen geboren baby's zat een dun rood-wit-blauw vlaggetje. Mijn moeder plakte het mijne later in het familie-album. Ze hield een levenlang vol dat ze helemaal in haar eentje had moeten bevallen: alle artsen en verpleegkundigen stonden op het dak de RAF-vliegtuigen toe te zwaaien die het einde van WO II inluidden. Desondanks bracht ze het er goed van af. Ze zou het kunststukje nog vier keer herhalen en mij een broer en drie zussen geven. Ik ging naar de Theo Thijssenschool op de Nijkerklaan en het Grotiuslyceum in de Klaverstraat. Uitstekende scholen, waar ik nu al een levenlang plezier van heb. Wilde naar de toneelschool, maar had daar het talent niet voor en werd terecht afgewezen. Koos toen geschiedenis, maar op dat ogenblik dreigde een overschot aan historici. Dan maar rechten, vanuit een vaag idee daar iets sociaals mee te gaan doen. De studie lag me totaal niet, bleek al snel. Ik werkte een jaar met plezier bij de klantenservice van de Haagse Bijenkorf - in die jaren een zeer goede werkgever - en begon in 1965 in Leiden met de studie Nederlands. Het eerste jaar vond ik die fantastisch. Daarna niet meer zo. Mijn eigenwijze ogen zagen te weinig samenhang en ik kon binnen het vak ook geen hoekje vinden waarin ik me helemaal thuisvoelde. Ik week uit naar het lesgeven - had als kind altijd al schooltje gespeeld - en ging samenwonen met een Fransman die in de landelijke Haute Saône was opgegroeid. Aan een doctoraal ben ik niet meer toegekomen. 

Na acht jaar voor de klas wilde ik iets anders. Tijdens mijn studie had me al ogen gezweefd dat ik wel voor een humanitaire organisatie zou willen werken. Ik had colleges gevolgd over ontwikkelingsmodellen en was donateur geworden van de toen nog zelfstandige Novib. In 1980 kon ik daar als administratief medewerker beginnen, een baan die me in 1981 een aantal weken naar het toen net onafhankelijk geworden Zimbabwe bracht. In 1986 kreeg ik binnen de Novib een andere functie, waarin ik onder meer scholingen gaf en organiseerde, brochures schreef en redigeerde en een tijdschrift maakte voor plaatselijke vrijwilligersgroepen. Ik heb het goed gehad daar, met name door mijn vele geweldige collega's.

In 1991 was het weer tijd voor iets nieuws. Mijn persoonlijk leven was intussen drastisch veranderd. De Fransman en ik waren in 1978 uit elkaar gegaan en een jaar later leerde ik Jack van de Kamp kennen, met wie ik in 1984 ben getrouwd. Door hem en de baan bij de Novib belandde ik weer in Den Haag, waar ik niet meer ben weggegaan. Jack had een nierziekte en overleed in 1988. Als het belangrijkste in je leven wegvalt, verschuift de rest ook. Nog iets wat ik al heel lang als aantrekkelijke mogelijkheid had gezien, was eigen baas zijn. Ik was kort na Jacks dood yogalessen gaan nemen en vond die heerlijk. Ik ging opleidingen volgen en opende in 1994 samen met mijn voormalige yogadocente Corry Sturrus yogastudo De Wilg. We gaven les, voerden praktijk en boden anderen onderdak voor hun lessen en cursussen.

In 2002 werd dit werk fysiek te zwaar en gooide ik nogmaals het roer om. Wilde me uitsluitend op het dichten gaan concentreren, waarmee ik in 1993, na een bewuste onderbreking van zo'n 25 jaar, opnieuw was begonnen, maar kreeg een vraag of ik schrijfcoach wilde worden bij het project Haagse Herinneringen. Heb dat tot 2010 met veel plezier gedaan. In iedereen schuilt een verhaal en het was een voorrecht mensen te helpen dat op papier te zetten.

Dat dichten, ten slotte. Geschreven heb ik altijd. Versjes met melodietjes als jong kind. Als prepuber jeugdromans die altijd in het tweede hoofdstuk bleven steken. Interviews en recensies in de schoolkrant. Tijdens de studie wat gedichten. Daarna besloten dat ik pas (veel) later weer wilde gaan schrijven. Niet per se gedichten, maar dat bleken het, zo rond mijn 50ste, wel te worden. En nu al meer dan 20 jaar actief in dichterswerkgroep Divers, waarin ik vrijwel alles wat ik maak bespreek. Drie jaar meegedraaid in de Poëziewerkplaats in Delft en daar begeleid door respectievelijk Gerry van der Linden, Anne Vegter en de betreurde Menno Wigman, die eerder al, in 2006, 2007 en 2008, werk van me had opgenomen in de Poëziekalender van Meulenhoff. Vanaf het seizoen 2019-2020 doe ik weer mee met de groep in Delft; begeleider is nu Mark Boog. Ik ben een jaar of wat redactrice geweest van de literaire website Meander. Heb enkele prijzen, nominaties en vermeldingen in de wacht gesleept (de eerste daarvan, in 1996, bestond uit een reis naar Sri Lanka, wie zegt dat poëzie niet loont). Er zijn gedichten vertaald in het Duits (door Hans van der Veen en Janet Blanken), Frans (door Marc Tiefenthal), Engels (door Wim Tigges) en Turks (door Ibrahim Eroglu). In 2011 lid geworden van de Haagse Kunstkring, waar ik graag samenwerk met beeldend kunstenaars, musici, acteurs, dansers en mededichters. Over een paar van die projecten, zoals Woord op drift, is meer te vinden op mijn weblog.   

Dichten is het enige waaraan vooralsnog geen einde lijkt te komen, al denk ik vaak genoeg dat de koek nu echt op is. Maar nee. Met elk nieuw gedicht begint alles weer van vooraf aan. En... door het voordragen dat ik met plezier doe, ben ik uiteindelijk toch nog op het podium beland. ;-)