Kapel de Grauwzusters, Antwerpen, 24-02-17

Welkom! Eerst maar wat persoonlijke geschiedenis. Geboren op 3 mei 1945 in het Westeinde Ziekenhuis in Den Haag. Aan de bedjes van de daar in die dagen geboren baby's zat een dun rood-wit-blauw vlaggetje. Mijn moeder plakte het mijne later in het familie-album. Ze hield een levenlang vol dat ze helemaal in haar eentje had moeten bevallen: alle artsen en verpleegkundigen stonden op het dak de RAF-vliegtuigen toe te zwaaien. Desondanks bracht ze het er goed van af. Ze zou het kunststukje nog vier keer herhalen en mij een broer en drie zussen geven. Ik ging naar de Theo Thijssenschool op de Nijkerklaan en het Grotiuslyceum in de Klaverstraat. Allebei voortreffelijke scholen. Ging rechten studeren in Leiden - geen succes. Zwaaide om naar Nederlands en vond dat in het begin fantastisch. Later niet meer - te  weinig samenhang, in mijn ogen. Ik ging lesgeven en samenwonen met een Fransman die in de landelijke Haute Saône was opgegroeid. Aan een doctoraal ben ik niet meer toegekomen. 

Na acht jaar voor de klas wilde ik graag iets anders. Tijdens mijn studie had ik colleges gevolgd over ontwikkelingsmodellen en was ik donateur geworden van de toen nog zelfstandige Novib. In 1980 kon ik daar als administratief medewerkster beginnen, een baan die me in 1981 een aantal weken naar het toen net zelfstandig geworden Zimbabwe bracht. In 1986 kreeg ik binnen de Novib een andere baan, waarin ik onder meer scholingen gaf en organiseerde, brochures schreef en redigeerde en een tijdschrift maakte voor plaatselijke vrijwilligersgroepen. 

In 1991 was het wat mij betreft weer tijd voor iets nieuws. Mijn persoonlijk leven was intussen drastisch veranderd. De Fransman en ik waren in 1978 uit elkaar gegaan en een jaar later leerde ik Jack kennen, met wie ik ben getrouwd. Door hem en de baan bij de Novib belandde ik weer in Den Haag, waar ik niet meer ben weggegaan. Jack had een nierziekte en overleed in 1988. Als het belangrijkste in je leven wegvalt, verschuift de rest ook. Ik ging opleidingen volgen en opende in 1994 samen met een geweldige compagnon yogastudo De Wilg, waar we lesgaven, praktijk voerden en anderen onderdak boden voor hun lessen en cursussen.

In 2002 werd dit werk fysiek te zwaar en gooide ik nogmaals het roer om. Wilde me op het dichten gaan concentreren, waarmee ik in 1994, na een bewuste onderbreking van zo'n 25 jaar, opnieuw was begonnen, maar kreeg een vraag of ik schrijfcoach wilde worden bij het project Haagse Herinneringen. Heb dat tot 2010 met veel plezier gedaan.

Dat dichten. Geschreven heb ik altijd. Versjes met melodietjes als kind. Iets later jeugdromans die altijd in het tweede hoofdstuk bleven steken. Interviews en recensies in de schoolkrant. Tijdens de studie wat gedichten - niet veel. Daarna besloten dat ik pas (veel) later weer wilde gaan schrijven. Niet per se gedichten, maar dat werden het wel en daar heb ik me maar bij neergelegd. En nu al meer dan 20 jaar actief in dichterswerkgroep Divers, waarin ik alles wat ik maak bespreek (en vv). Drie jaar meegedraaid in de Poëziewerkplaats in Delft, toen begeleid door respectievelijk Gerry van der Linden, Anne Vegter en de betreurde Menno Wigman, die eerder al werk van me had opgenomen in de Poëziekalenders van Meulenhoff. Redactrice geweest van de literaire website Meander. Enkele prijzen, nominaties en vermeldingen in de wacht gesleept (de eerste daarvan bestond uit een reis naar Sri Lanka, over aanmoediging gesproken). Er zijn gedichten vertaald in het Duits (door Hans van der Veen), Frans (door Marc Tiefenthal), Engels (door Wim Tigges) en Turks (door Ibrahim Eroglu). Lid geworden van de Haagse Kunstkring, waar ik graag samenwerk met beeldend kunstenaars, musici, acteurs, dansers en mededichters. Over een paar van die projecten, zoals Woord op drift, is meer te vinden op mijn weblog.   

Dichten is tot nu toe het enige waar geen einde aan lijkt te komen. Omdat het met elk gedicht opnieuw begint. Denk ik.